Order Islam Unveiled  
   


Home

Spanish

French

German

Dutch

Arabic Section

 

INTRODUCTIE

continued...

3 - Verandering van strategie

Hun nieuwe strategie bestaat eruit te proberen geaccepteerd te worden, opgenomen in de maatschappij en betrokken bij alle religieuze, sociale en politieke activiteiten. Zij beginnen nu actief te worden in functies als aanhangers van politieke partijen om een stem te hebben in hun programma’s. In Amerika voeren zij campagnes door brieven te schrijven naar leden van het Congres om de wetgeving te beïnvloeden. Zij stellen zich verkiesbaar voor publieke functies in de hoop om een machtspositie te bereiken. Zij maken gebruik van hun stemrecht om concessies te verkrijgen die gunstig voor hen zijn. Zij proberen vertegenwoordigd te zijn in opvoedkundige programma’s zodat die zich aanpassen aan hun geloof.

Het stadium van zwakheid en het stadium
van Jihad (Heilige Oorlog).

Het lijkt erop dat deze nieuwe tactieken wel precedenten kennen in de Islamitische geschiedenis.

Mohammed Hassanein Heikal, de bekende Egyptische schrij-ver, refereert hieraan in zijn boek "Herfst Woede", bladzijde 285. Hij stelt daar vast: "het element van Jihad kwam naar boven in ideologie van Abul Aala Almaudoody.

Verder onderscheidde hij ook twee verschillende stadia die een Moslimgemeenschap doormaakt.

"Het eerste is het stadium van zwakheid", hierin heeft een Moslimgemeenschap zijn lot niet in de hand. In dit geval -vol-gens zijn gedachtegang- moeten zij zich terugtrekken met het doel om zich voor te bereiden om het volgende stadium te kunnen uitvoeren.
"Het tweede stadium is het stadium van Jihad, en dat zal ko-men als de Moslimgemeenschap klaar is met zich voor te bereiden en gereed is uit zijn isolement te komen om de leiding te nemen door middel van Jihad".

Hierbij maakt Abul Aal Almaudoody een vergelijking tussen die twee stadia van zwakheid en Jihad aan de ene, en Moham-med’s strijd en daarna in Medina aan de andere kant.

De Mohammed van Mekka en
de Mohammed van Medina.

Geschiedkundigen zijn het er over eens dat er een groot verschil is tussen de persoonlijkheid van Mohammed in Mekka en zijn persoonlijkheid nadat hij zich in Medina had gevestigd.

In Mekka was Mohammed zwak, hij worstelde om geac-cepteerd te worden. Hij werd vaak bespot en er werd de draak met hem gestoken. Hij probeerde zich geliefd te maken bij de mensen van Mekka door meelevend en liefdevol te zijn. Zijn leer veroordeelde onrechtvaardigheid en verwaarlozing van de armen. Echter, nadat hij was verhuisd naar Medina en zijn volgelingen in kracht en aantal groeiden, werd hij een meedogenloze strijder die zijn religie door middel van het zwaard wilde verspreiden.

Deze verandering in de persoonlijkheid van Mohammed wordt duidelijk als je de Surah’s van Mekka en die van Medina vergelijkt. Hier volgen enige voorbeelden:

In Surah 73:10 (Soerat al-moezzammil:10) zegt God tegen Mohammed om geduldig te zijn met zijn tegenstanders: "Wees geduldig met wat ze zeggen, en neem beleefd afscheid van ze." Terwijl in Surah 2:191 (Soerat al-bakara:19) God hem beveelt zijn tegenstanders te doden: "Doodt ze waar je ze ook vindt, en verjaag ze van waaruit zij jou verjoegen…".

In Surah 2:256 ( Soerat al-bakara:256 ) zegt God tegen Mohammed de islam niet door middel van geweld op te leggen: "Er is geen dwang in godsdienst", terwijl in vers 193 God hem zegt iedereen te doden die de islam bevecht: "Bestrijdt hen tot er geen vervolging is en de religie van God is".

In Surah 29:46 (soerat al-ankaboet:46). zegt God Mohammed om welwillend te spreken tegen mensen van het boek (christenen en joden):

"Debatteer met mensen van het boek, anders dan boosdoeners, alleen over wat beter zou zijn en zeg, wij geloven wat naar ons gezonden is en wat naar jullie gezonden is. Onze God is dezelfde als jullie God, en wij zijn overgeleverd aan hem".

Terwijl in Surah 9:29 ( Soerat at-tauba:29 ) God hem zegt te vechten tegen de mensen van het boek:
"Vecht tegen hen die niet in God en het laatste Oordeel geloven... en vecht tegen de mensen van het boek die de ware religie (Islam) niet accepteren en die minderwaardig zijn tot zij eer bewijzen met de hand".

Om deze plotselinge verandering van stemming in de Koran, van vredelievend tot militant, van verzoenend tot confronterend te rechtvaardigen, claimde Mohammed dat het God was, die het hem zo gezegd had. Het was God die de vredelievende verzen had ingetrokken en ze had vervangen door harde verzen.

De waarheid is echter, zoals Almaudoody stelt, dat Moham-med sterk genoeg geworden was om de overgang te maken van stadium van zwakheid naar het stadium van Jihad.

Heden ten dage, hier in het Westen, zijn we getuige van het stadium van zwakheid, maar laten wij onszelf niet voor de gek houden, het stadium van Jihad komt vroeg of laat.

Dit zachtmoedige lammetje zal uiteindelijk een verslindende wolf worden. Het lieve, melodieuze "Bèh Bèh" zal veranderen in een donderend gebrul.

De vredelievende profeet uit Mekka
verandert in een meedogenloze
strijder uit Medina

Mohammed’s beslissing om zijn nieuwe beweging te verplaat-sen van Mekka naar Medina zorgde voor een economische uitdaging. Hij moest een manier vinden waarbij hij zichzelf en zijn aanhangers kon voorzien van een geschikt fundament om de alsmaar groeiende behoeften van de Moslimbeweging te financieren.

De traditionele manier om rijkdom te verwerven bij de Arabieren was in die tijd het aanvallen van andere stammen en het in beslag nemen van hun bezittingen.

De Moslims die in Medina woonden, vonden geen makkelijker manier dan deze.

Zo begonnen zij met het plunderen van andere stammen en van passerende karavanen (Ghaswa).

De eerste plundering werd "An-Naklha" genoemd. De moslims, onder leiding van Abdullah Bin Jahsh, lagen in een hinderlaag bij een plaats genaamd An-Naklha en verrasten de passe-rende Qorayshite. De moslims doodden de leider van de karavaan en grepen twee mannen en de hele vracht.

Het omkeerpunt in Mohammeds leven was echter de aanval op Badr. De moslims konden dozijnen Mekkanen doden en namen veel gevangenen en buit mee. Op hun weg terug naar Medina werden een aantal van de gevangenen gedood. Een van hen was een man genaamd Uqbah Bin Abi Muait.

Voor zijn executie smeekte hij Mohammed en zei: "Wie zal nu voor mijn kleine dochter zorgen"? Mohammed antwoordde: "Hellevuur".

Hierna begon een zelfverzekerde Mohammed zich te keren tegen zijn vijanden door middel van een serie aanvallen.

Dit resulteerde in de uitschakeling van de Joodse stammen en de moord op sommige individuen bij de geringste misdaad.

De moord op Kaab Ibn al-Ashraf, van de Joodse stam Banu al Nodair, werd in actie gezet doordat Kaab sympathie toonde voor de Qorayshites en omdat hij bij zijn terugkeer in Mekka liefdesgedichten aan Moslimse vrouwen had voorgedragen.

Mohammed werd woedend en vroeg om vrijwilligers om hem van Ibn Al-ashraf te bevrijden. Degenen die zich vrijwillig aanboden vroegen toestemming om te mogen liegen, opdat zij hem uit zijn huis konden lokken om hem ’s nachts in een afgelegen gebied te kunnen doden.

Een dichteres, genaamd Asmaa Marwan, werd gedood omdat zij enkele verzen van dichtkunst tegen Mohammed had uitgesproken.

Een Moslim moordenaar, die op bestellingen van Mohammed opereerde, kroop ’s nachts in het bed van een vrouw terwijl haar zuigelingbaby op haar borst was. De man plukte de baby van haar borst en stootte daarna zijn zwaard in haar onderbuik. Later vreesde de moordenaar het gevolg van zijn misdaad, en vroeg Mohammed of zijn daad een gevaar op zou leveren. Mohammed beantwoordde: "Twee geiten zullen elkaar in haar belang niet stoten".

Er waren veel meer gewelddadige moorden bevolen door Mohammed. Abu Afak, een oude man van 120 jaar werd vermoord omdat hij kritische gedichten over Mohammed had geschreven.

Nog een brutale moord werd gepleegd op een oude vrouw, genaamd Umm Kirfa. Men knoopte haar benen aan kamelen welke daarna in tegengestelde richtingen werden gedreven. De arme vrouw werd in twee stukken gespleten.

De realiteit van de Moslim moordenaarsbruutheid wordt bena-drukt door hun praktijken om de hoofden van de slachtoffers af te snijden en te brengen naar Mohammed. Als de moorde-naars in zicht kwamen met het bewijs van overwinning van Allah over de vijanden van Mohammed (God is geweldig) schreeuwde een uitbundige Mohammed: "Allaho Akbar"! (God is groot).

De lijst van deze afgrijselijke handelingen is te lang, en is ook veel te weerzinwekkend om genoemd te worden. Wat geci-teerd is, zou voldoende moeten zijn over de man die Moslims beschrijven als de profeet van vrede en genade!

Het wezenlijke probleem is dat de vruchten van de erfenis van Mohammed vandaag de dag nog bestaan. Als de Moslims dieper op de Islam in willen gaan, dan zullen zij eenvoudig proberen in de voetstappen van hun voornaamste voorbeeld te treden.

Het is nu geen wonder meer dat er zoveel geweld in de wereld is, die met de naam van de Islam is verbonden.

DE AFSCHAFFER EN HET AFGESCHAFTE

In hun poging om het beeld van de Islam op te poetsen, citeren Moslimactivisten gewoonlijk de Mekkapassages van de Koran die oproept tot liefde, vrede en geduld. Zij verbergen doelbewust de Medinapassages die oproepen tot doden, onthoofding en verminken.
Moslimactivisten verzuimen ook aan de mensen in het Westen een belangrijke doctrine in de Islam, de zogenaamde "Al-Nasikh wal-Mansoukh " (de afschaffer en het afgeschafte) te openbaren. Dit betekent eenvoudig dat wanneer een recent vers in de Koran strijdig is met een vers dat daaraan vooraf ging, de nieuwere tekst de chronologisch oudere versie opheft en het oude vers verder van nul en generlei waarde is.

Deze leer is gebaseerd op de Koran, waar Allah zou hebben gezegd in Surah 2:106 ( Soerat al-bakara:106 ) . "Welke teken Wij ook afschaffen of doen vergeten, Wij brengen iets beters daarvoor in de plaats of iets wat daaraan gelijk is; weet gij niet dat Allah over alle dingen machtig is?"

Ook in Surah 16:101 ( Soerat an-nahl:101 ) . "En wanneer Wij een teken in plaats van een ander teken zetten -en Allah weet toch het best wat Hij nederzendt- zeggen zij: Gij verzint maar wat. Neen, de meeste weten niet."

Een van de klassieke Islam naslagwerken, die door een erkende geleerde Moslim geschreven is, geeft een uitgebreide opsomming over dit onderwerp. De titel van het boek is "Al-Nasikh wal-Mansoukh" (De Afschaffer en het afgeschafte) door Abil-Kasim Hinat-Allah Ibn-Nasr.
Het boek gaat door ieder hoofdstuk in de Koran en verwijst in detail naar ieder vers dat vervangen is of geannuleerd.

De schrijver merkte op dat uit de 114 Surahs (hoofdstukken) van de Koran, er slechts 43 Surahs zijn die door dit begrip niet getroffen werden.

Een voorbeeld van de afschaffing:
Er zijn 124 verzen die oproepen voor verdraagzaamheid en geduld, welke door een enkel vers geannuleerd werden en vervangen zijn: "Bevecht en doodt de heidenen waar u hen ook vindt en pakt hen, belegert hen en wacht op hen in hinderlagen en in elke list (van oorlog)…. Surah 9:5 ( Soerat at-tauba:5 ) .

Je hoeft je niet te schamen wanneer je niet begrijpt waarom Allah, de almachtige, de alleswetende, zichzelf zo vaak verbeteren moet.

HET WARE HOUDING VAN DE ISLAM
TEGENOVER CHRISTENEN EN JODEN

Wij hebben het beeld besproken dat de moslimactivisten in het Westen getoond hebben aan Christenen en Joden. Zij hebben gezegd dat de Islam overeenstemmend is met het Christen-dom en het Judaïsme. Sommige Christenen en Joodse leiders die dat geloven zijn bedrogen uitgekomen. De volgende "Fatwa" (sanctie), uitgesproken door een vooraanstaande Islamiet, vertelt haarscherp, wat een Moslim denkt over Christenen en Joden.

Van de Moslimsite van Ibrahim Shafi op het internet: www.wam.uwd.edu/~ibrahim

Vraag: Een Imam in een van de moskeeën in Europa eist op dat het niet toegestaan is Joden en Christenen als ongelovig te beschouwen. U weet -moge Allah u bewaren- dat de meeste mensen die de moskeeën in Europa bezoeken weinig kennis bezitten. Wij vrezen dat deze verklaringen wijdverspreid zullen worden. Daarom verzoeken wij u volledig en duidelijk antwoord op deze vraag te geven.

Antwoord: (door Sheik Ibn Uthaimin)
"Ik zeg: de verklaring van die man is misleidend. Inderdaad kan het een lastering zijn. Dit is omdat Allah in zijn boek heeft aangekondigd dat Christenen en Joden ongelovigen zijn. Allah heeft gezegd, "De Joden roepen dat Uzair (wellicht Ezra) de zoon van Allah is, en de Christenen roepen dat Christus de zoon van Allah is. Dat zeggen ze met hun monden, in aanpassing aan wat de ongelovigen vroeger gezegd hebben.
Allah’s vloek zij op hen: hoe zij van de waarheid verwijderd zijn en zij nemen hun priesters en hun monniken aan als hun Heer te beschouwen (zij nemen hen als hun Heer) in afbreuk van Allah en Christus de zoon van Maria: zij werden nog steeds bevolen maar één te vereren, Allah: er is geen andere God dan Hij. Lof en glorie aan hem. Verre is Hij van het hebben van partners, die zij associëren (met hem)". Surah 9:30,31 ( Soerat at-tauba:30,31 ) .

Dat bewijst dat zij polytheïst zijn die mededeelgenoten zijn met Allah. In andere verzen heeft Allah het duidelijk gemaakt dat zij ongelovigen zijn.

Zij doen lastering door te zeggen: "God is de Masieh Isa, de zoon van Marjam". Surah 5:17 en 72 ( Soerat al-maida:17en72 en"God is een van de drie (de Drie-eenheid)". Surah 5:73 Soerat al-maida:73 ) .

"Vloeken werden uitgesproken onder de kinderen van Israël die het geloof afkeurden, door de mond van David en Jezus de zoon van Maria." Surah 5:78 ( Soerat al-maida:78 ).

"Degenen die (de waarheid) afkeuren onder de mensen van het boek en de Polytheïst zullen in hellevuur wonen. Zij zijn de slechtsten onder de schepselen". Surah 98:6 ( Soerat al-bajjina:6 ) .

Vele verzen en Hadith drukken dezelfde betekenis uit.
Hij, die het idee afkeurt dat de Joden en Christenen die niet geloven in Mohammed (vrede zij op hem) en ontkent dat zij ongelovigen zijn, ontkent in feite wat Allah gezegd heeft. Ontkennen wat Allah gezegd heeft, is lastering.

Indien iemand enige twijfel heeft aangaande die ongelovigen, dan is hij ook een ongelovige.

Dit is een kwestie, waar er geen twijfel over mogelijk is. En hulp is enkel bij Allah te zoeken."

top

 

Next

For information or comments, write to Feedback@IslamReview.com